Na veertien jaar kwam ik Peter weer tegen. Peter was een van de
betere leerlingen. In de brugklas waren zijn ouders gescheiden, maar zijn
schoolprestaties hadden daar niet onder geleden. Hij was zowel intellectueel
als kunstzinnig begaafd. Met veel toewijding speelde hij cello. In het
eindexamenjaar twijfelde hij tussen medicijnen studeren en naar het
conservatorium gaan. Het bleek geen van tweeën iets te zijn geworden. Na de
middelbare school was hij op drift geraakt. Hij had van alles gedaan, maar
nooit iets lang volgehouden. Uiteindelijk was hij aan een paar bijbaantjes
blijven hangen, tot hij ook daar genoeg van had. Hij logeerde nu in de stad bij
een vriend. Misschien ging hij wel een verre reis maken. Nadat zijn relatie
verbroken was leefde hij al weer een hele tijd alleen. Er was altijd wel ergens
een kamer te vinden. Veel had hij niet nodig. "Nee joh, ik zie wel." Een
duidelijk doel had hij niet. "Het gaat eigenlijk best zo." Toen ik naar zijn
cello vroeg viel hij even stil. Hij had hem nog steeds, maar hij deed er niks meer mee. De cello stond bij zijn vader.
Ik ben langer met Peter in gesprek geraakt. Ik wilde weten waarom een begaafd
iemand genoegen neemt met een leven aan de zelfkant. Hij stond open voor mijn
vragen. In een paar gesprekken kwamen we er achter dat hij was gaan geloven wat
hij dacht dat zijn ouders over hem dachten: Ik deug niet en ik ben niet interessant.
Dat is iets wat veel mensen
overkomt. Onbewust bevestig je het beeld dat de mensen in je omgeving - en dan
speciaal je ouders- op je drukken. Na de scheiding had hij drie jaar bij zijn
moeder gewoond. In de puberteit was hij daaraan ontsnapt, zoals hij het zelf
noemde. Bij zijn vader vond hij wel de vrijheid die hij zocht, maar niet de
belangstelling voor wat er in hem omging.
Peter staat niet alleen. Veel mensen leiden een leven dat bepaald wordt door
het stempel dat ze op zichzelf gedrukt hebben gekregen. Vaak spelen verstoorde
familierelaties daarbij een rol. Het lijkt alsof een van de ouders, of een
broer of zus ze in de weg heeft gezeten. In het verleden zal dat ook het geval
zijn geweest. Wie daar na veertien jaar nog door beïnvloed wordt heeft zichzelf
uit het oog verloren. Dan ben je het zelf die de gevolgen van dat stempel voort laat bestaan.
De familierelaties zelf kunnen ook deel van het probleem uitmaken. Peter had
geen contact meer met zijn moeder. Na wat ze hem in zijn ogen had aangedaan
wilde hij haar niet meer zien. Toch dacht hij dagelijks aan haar en stelde haar
verantwoordelijk voor de mislukkingen die hij keer op keer meemaakte. Hij
voelde een enorme woede naar haar. Zijn vader zocht hij alleen op als hij weer
geld nodig had. Het gemak waarmee hij geld kon krijgen zag hij als een
voortzetting van zijn gebrek aan belangstelling voor hem. Hoewel Peter zich
afhankelijk maakte van zijn vrijgevigheid sprak hij met minachting over zijn
vader. Feitelijk voelde hij - 32 jaar oud - nog als een puber.
|